Inspraakverordening

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
Overheidsorganisatie:Gemeente Hardinxveld-Giessendam
Officiële naam regeling:Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraakverordening)
Citeertitel:Inspraakverordening
Vastgesteld door:gemeenteraad
Onderwerp:bestuur en recht

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, artikel 150

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-01-2011 n.v.t. nieuwe regeling 02-12-2010 Het Kompas editie Hardinxveld-Giessendam, 08-12-2010 onbekend

Tekst van de regeling

De raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam;

gezien het voorstel van het college van 2 november 2010, nr. GemHG/INTERN/4014;

gelet op artikel 150 van de Gemeentewet;

besluit

vast te stellen:

Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraakverordening)

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

De verordening verstaat onder:
a) inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid;
b) inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven;
c) beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid.

Artikel 2. Onderwerp van inspraak

  1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij
    de voorbereiding van gemeentelijk beleid.

  2. Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.

  3. In het kader van de ruimtelijke regelgeving wordt inspraak in ieder geval verleend ten aanzien van de voorbereiding van:
    a. structuurvisies als bedoeld in artikel 2.1 Wro;
    b. beheersverordeningen als bedoeld in artikel 3.38 Wro;
    c. besluiten als bedoeld in artikel 3.10 Wro met uitzondering van de besluiten als bedoeld in lid 4
    onder h. van dit artikel;
    d. besluiten als bedoeld in artikel 3.1 lid 1 Wro met uitzondering van de besluiten als bedoeld in
    lid 4 onder i. van dit artikel.

  4. Geen inspraak wordt verleend:
    a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
    b. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;
    c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
    d. inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;
    e. indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;
    f. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving;
    g. inzake de voorbereiding van besluiten als bedoeld in artikel 3.6 lid 1, onder a en b van de Wet ruimtelijke ordening (uitwerkingsplannen en wijzigingsplannen in bestemmingsplannen);
    h. inzake de voorbereiding van besluiten als bedoeld in van artikel 3.10 Wro (projectbesluit) of op het tijdstip dat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Staatsblad 2008, 496) en het dan tot wet verheven wetsvoorstel Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Kamerstukken 31953) in werking treden, als bedoeld in van artikel 2.12, eerste lid sub 3º Wabo , indien deze besluiten betrekking hebben op projecten van geringe planologische betekenis;
    i. inzake de voorbereiding van besluiten als bedoeld in artikel 3.1 lid 1 Wro (bestemmingsplan) indien deze besluiten betrekking hebben op bestemmingsplannen met een geringe planologische betekenis (postzegelplannen).

Artikel 3. Inspraakgerechtigden

Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.

Artikel 4. Inspraakprocedure

  1. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing;

  2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt voor besluiten genoemd in artikel 2 lid 3 onder a. t/m d., de termijn voor het ter inzage leggen van stukken en het naar voren brengen van inspraakreacties vier weken;

  3. Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen.

Artikel 5. Eindverslag

  1. Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag op.

  2. Het eindverslag bevat in elk geval:
    a. een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;
    b. een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn
    gebracht;
    c. een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al
    dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan.

  3. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.

Artikel 6. Intrekking oude verordening

De Inspraakverordening, vastgesteld op 10 december 2009, wordt ingetrokken op 1 januari 2011.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2011.

Artikel 8. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Inspraakverordening”.

Geef uw mening over de digitale dienstverlening.