Historie

Hier vindt u meer informatie over de geschiedenis van Hardinxveld-Giessendam.

Tot 1957 waren Giessendam en Hardinxveld twee zelfstandige dorpen. De ligging ervan aan de rivier de Merwede en aan de monding van het veenriviertje de Giessen heeft de geschiedenis van beide dorpen mede bepaald.

Maar voordat deze rivieren door het gebied liepen was er ook al sprake van bewoning. Het gebied bestond toen uit een grote watervlakte met hier en daar rivierduinen, donken genoemd. In de jachttijd werden deze donken vaak tijdelijk bewoond. Bij de opgravingen op het traject van de Betuweroute vond men bewoningsresten die teruggaan tot 5200 jaar voor Christus.  Waaronder de oudste ooit in Nederland gevonden boomstamkano.

Na het ontstaan van de beide dorpen zal er vrijwel zeker sprake geweest zijn van landbouw. Maar door het inklinken van de bodem werden de oogsten jaarlijks minder. Daardoor is men na de Middeleeuwen overgegaan op veeteelt.

In Hardinxveld bleek de bodem ook voor grasland niet altijd even geschikt. Daarvoor in de plaats kwamen grienden. Dit zijn met wilgenhout ingeplante percelen, bedoeld voor de productie van hout.
Rond 1900 kwamen de dorpen voor het eerst in aanraking met industrie. Sindsdien heeft de industriële ontwikkeling doorgezet.  En kan men thans spreken van Hardinxveld-Giessendam als een industriegemeente.

1. Prehistorie

In Hardinxveld-Giessendam heeft men een aantal jaren terug enkele opzienbarende vondsten uit de prehistorie gedaan. Voorafgaand aan de aanleg van de Betuweroute, de goederenspoorlijn tussen Rotterdam en Duitsland, is er archeologisch onderzoek verricht naar mogelijke vindplaatsen. Hierbij stuitte men nabij de Polderweg op de uitlopers van een donk. Bij de twee grote opgravingen die daarop volgden, vond men resten van bewoning van 7.500 jaar terug.

Bijzonder daarbij is de vondst van een begraven vrouw en andere menselijke resten. Aangenomen wordt dat dit duidt op semi-permanente bewoning, anders zou men niet tot begraving van overleden mensen zijn overgegaan. Nabij deze vrouw vond men een skelet van een hond. Kennelijk een getemd dier dat bij de mensen leefden. Dit geraamte is thans te zien in Museum De Koperen Knop in Hardinxveld-Giessendam.

Ook trof men een boomstamkano aan, waarmee de bewoners zich waarschijnlijk verplaatsten.Met de vondst van de begraving en de boomstamkano (de oudste van Nederland) is de geschiedenis van West-Nederland weer een stukje 'ouder' geworden. De vrouw, die de toepasselijke naam Trijntje kreeg toebedeeld, is thans na reconstructie te zien in het Rijksmuseum voor Oudheden te Leiden.

2. Ontwikkelingen sinds de middeleeuwen

In de 10e en 11e eeuw is de Alblasserwaard vanuit de randgebieden ontgonnen, waarbij de Utrechtse bisschop stukken land in leen gaf aan leenheren. Op hun beurt gaven de leenheren hoeven (stukken land) weer in leen aan de leenmannen. Dit waren de eerste boeren, die de grond in cultuur brachten en er de eerste eenvoudige boerderijtjes bouwden.
Door de inklinking van de bodem kregen de eerste boeren steeds meer te maken met wateroverlast. In 1277 werd de Alblasserwaard op last van Graaf Floris V bedijkt. Hardinxveld en Giessen-Nieuwkerk bleven hier toen nog buiten, maar werden later toch in de dijkring opgenomen.

Hardinxveld is een van de oudste dorpen van de Alblasserwaard, waar al in 1105 een pastoor, dus ook een kerk, was. Deze kerk stond op de Boven-Hardinxveldse Buurt.
Hardinxveld was sinds 1282 een zogenaamde hoge heerlijkheid, die het halsrecht (= rechtspraak waarbij de doodstraf kon worden uitgesproken) had. In 1399 kreeg Hardinxveld tolvrijheid voor de handel en scheepvaart.

Hardinxveld heeft nogal geleden onder verschillende oorlogen, onder meer tijdens de Gelderse oorlogen. Toen de Spanjaarden in 1572, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, Gorcum belegerden, bouwden ze in Hardinxveld een schans op de dijk. Een jaar later werd de dijk doorgestoken om de Spanjaarden te verdrijven. Het heeft echter zes jaar geduurd alvorens het zover was. Aan het einde van de Franse Tijd zat Hardinxveld midden in het beleg van Gorcum. Veel terugtrekkende Franse militairen en ambtenaren voeren vanuit Hardinxveld over naar Werkendam.

De naam Giessendam komt voor het eerst voor in 1231. Misschien bestond er toen niet meer dan een dam in de Giessen, waaromheen later een dorp ontstond. Giessendam dankt haar ontstaan aan het veenriviertje de Giessen, dat oorspronkelijk als delta (de huidige Peulen) in open verbinding stond met de Merwede. Door de stijging van de zeespiegel en inklinking van de Alblasserwaardse bodem ontstonden er problemen met de natuurlijke afwatering.

In 1232 was op de plaats waar de Giessen de dijk kruiste een dam met spuisluis. Rond deze dam ontwikkelde zich bedrijvigheid, doordat hier veel goederen werden overgeslagen, die via de Giessen verder de Alblasserwaard in moesten worden vervoerd. De dam werd in 1902 vervangen door een schutsluis, zodat niet al te grote schepen ook op de Binnen-Giessen konden komen. In 1777 is de dorpskern van Giessendam geteisterd door een grote dorpsbrand, waarbij 18 huizen met stallen en schuren in vlammen zijn opgegaan en waarbij ook het gemeentelijk archief verloren ging. De polder Giessendam werd bemalen door de Tiendwegse molen, de enige molen die het dorp nog rest. Er was ten oosten van de huidige Molenstraat ook een korenmolen, genaamd 'De Hoop'.

3. De rivier de Merwede

Vooral Hardinxveld heeft altijd een bijzondere band met de Merwede gehad. Ter hoogte van Boven-Hardinxveld, waar de rivier minder breed is, komt het zand van de bovenrivieren (de Waal en de Maas, die bij Woudrichem in de Waal komt) tot rust en bezinkt. Hierdoor ontstonden er zandbanken, die niet alleen het scheepvaartverkeer hinderden. Wat erger was dat in de winter het met de stroom meedrijvende ijs vastliep op de zandbanken, waardoor er
een ijsdam ontstond. Het is verschillende malen voorgekomen dat hierdoor de dijken doorbraken, waardoor de Alblasserwaard onder water kwam te staan. Bij dergelijke overstromingen zijn de wielen in de Peulenstraat en in Boven-Hardinxveld ontstaan.

Ook het Kromme Gat was destijds een wiel, waaromheen aan de binnenkant een nieuwe dijk is gelegd. De dijk bij Hardinxveld was altijd bijzonder zwak. Dit is ook de reden dat men destijds tussen Hardinxveld en Gorinchem de dijk een stuk landinwaarts legde (de Nieuwe Wolpherense dijk), waardoor het natuurgebied de Avelingen is ontstaan, een gebied dat bij hoog water nog steeds onder water komt te staan.

Om de gevaren voor overstroming van de Alblasserwaard tegen te gaan besloot de regering om in 1739 als een slaperdijk de zogenaamde Groenendijk aan te leggen, vanaf de omgelegde Nieuwe Wolpherense dijk (bij Gorcum) tot de Rivierdijk (ongeveer op de scheiding tussen Boven- en Neder-Hardinxveld). De terreinen waar men de grond voor de dijk weghaalde worden sindsdien 'De Putten' genoemd. Door de aanleg van deze dijk ontstond er een buffergebied, zodat bij doorbraken van de zwakke dijk alleen Hardinxveld zou overstromen en de rest van de Alblasserwaard gespaard zou blijven.

De praktijk was echter anders. Bij de laatste grote overstromingen (1740, 1744, 1809 en 1820) stond de gehele Alblasserwaard onder water en bleef Hardinxveld gespaard, omdat het water via de Lek- en Lingedijken binnenstroomde. De Hardinxveldse dijk en polder waren toen een toevluchtsoord voor mensen en vee uit het gehele rampgebied. In 1818 groef men ten behoeve van de Linge-uitwatering aan de noordkant langs de Groenendijk het Kanaal van Steenenhoek. Waar het kanaal op de rivier uitkwam werd tevens een stoomgemaal gebouwd, dat in 1942 werd vervangen door het huidige Mr. Dr. Kolffgemaal.

De laatste overstroming, waarbij alleen een deel van Giessendam last van het water had, dateert van 1953, toen onder meer de dijk bij Giessendam doorbrak. Ook in 1995 stond het water hoog tegen de zwakke dijk. Uit voorzorg is de gehele bevolking van Boven-Hardinxveld toen geëvacueerd. Deze laatste gebeurtenis heeft er mede toe bijgedragen dat de geplande dijkverzwaring in versneld tempo werd uitgevoerd.

4. Middelen van bestaan

In 1514 stonden er in Hardinxveld 75 huizen ('haardsteden'). Zeker een derde van de bevolking leefde toen in armoede. In 1622 had Giessendam 711 inwoners en Hardinxveld 641. Nadien is de groei van Hardinxveld sneller gegaan, zodat het groter werd dan Giessendam. In 1875 telde Hardinxveld 483 'weerbare mannen' van 18 tot 60 jaar. Een kwart hiervan leefde van de zalmvisserij. In 1789 waren er 285 huizen en zes jaar later bedroeg het aantal inwoners 2.109. De bevolking leefde de laatste eeuwen van de visvangst, terwijl er ook landbouw werd bedreven, er werden koeien gehouden en er werd gewerkt aan de dijken. In Giessendam was de veeteelt tot na de Tweede Wereldoorlog van grote betekenis. Ook waren er enkele tuinderijen.

De riviervisserij, die met name in Boven-Hardinxveld werd uitgeoefend, bleef lange tijd de belangrijkste bestaansbron. In Boven-Hardinxveld was rond de eeuwwisseling één van de belangrijkste visafslagen van ons land, waar onder meer zalm, steur, houting, fint en elft werden verhandeld. De visserij werd uitgeoefend met behulp van drijverschuiten. In beide dorpen was de aannemerij van betekenis. Door verschillende oorzaken, waarvan de kanalisatie van de Rijn de belangrijkste was, liep de visstand terug en was de visserij niet meer lonend. De vissers vonden ander werk op de scheepswerven en in de aannemingsbedrijven. En als er voldoende geld was kon er een klein binnenvaartscheepje worden gekocht.

Het griendhout werd gebruikt voor de vele dijkwerken, maar het wilgenhout werd ook gebruikt voor de fabricage van hoepels in de vele hoepmakerijen. Vooral Giessendam telde er in het begin van de twintigste eeuw erg veel.
Door de stijging van de arbeidslonen zocht en vond men een alternatief voor de hoepels, in de vorm van ijzeren hoepels, en de hoepmakers gingen werken in de timmerfabrieken in Giessendam. In Hardinxveld waren al eerder fabrieken, zoals de reeds aan het eind van de negentiende eeuw gestichte ijzergieterij, en de in 1902 gestichte scheepswerf Van Vliet Co., de huidige Shipyard Merwede. Nadien zette de ontwikkeling tot industriegmeente goed door. Ook het internationale bedrijf Damen Shipyard heeft zijn wortels in Hardinxveld.

5. Kerkelijke historie

Toen in 1591 Boven-Hardinxveld haar eerste predikant kreeg (Reinier Reiniersz. van Dortmund) deed ook de reformatie in Hardinxveld zijn intrede. In 1597 werd een oude vervallen kapel, staande 'op het beneden einde van Hardinxveld', dus bij de grens met Giessendam, ingericht voor erediensten voor de inwoners van Giessendam en Neder-Hardinxveld. Vanaf dat moment werd hier elke zondagmiddag dienst gehouden: de ene week door de predikant van Boven-Hardinxveld, de andere week door die van Giessen-Oudekerk.

De kerk van Boven-Hardinxveld is in de Tachtigjarige Oorlog bij een vijandelijke Spaanse inval bijna geheel afgebrand en rond 1723 weer herbouwd. De bij de brand gespaarde toren is in 1845 afgebroken. Nadien onderging de kerk enkele ingrijpende verbouwingen. In de kerk bevond zich een statige graftombe ter ere van Pompejus de Roovere. Deze is in 1935 overgebracht naar de grote kerk van Dordrecht waar deze Hardinxveldse heer nu begraven ligt.
De genoemde kapel te Neder-Hardinxveld werd in 1698 afgebroken en vervangen door een nieuwe kerk. In 1729 werden de zelfstandige kerkelijke gemeenten Giessendam en Neder-Hardinxveld samengevoegd. De toren werd in 1821 vernieuwd en het kerkgebouw in 1843.

Na de Afscheiding in 1835 ontstond er in Giessendam een Gereformeerde kerk. In 1841 bouwde men in Buitendams een eigen kerkgebouw. Ten gevolge van de Doleantie (1890) kwamen er opnieuw afscheidingen.

6. Middelen van vervoer

Naast lopen was het vervoer per schip vroeger vrijwel de enige mogelijkheid om ergens te komen of om materiaal naar elders te brengen. Voor verplaatsingen over land konden de tiendwegen worden gebruikt. Daarnaast kon men over de slecht begaanbare rivierdijk naar de beide aangrenzende plaat-sen. Die dijk op zich stelde vroeger maar heel weinig voor. Eigenlijk was er slechts sprake van een lage aarden wal, waaraan woningen waren gebouwd. In Giessendam was de situatie niet anders, zij het dat de bewoning zich hier ook langs de Giessendijk uitstrekte. In 1634 werden de beide dorpskernen, de Buurt en de latere Peulenstraat, van een klinkerbestrating voorzien. De rest van de dijk werd met een grindlaag afgedekt. Eens reed over deze dijk de postkoets van Dordrecht naar Vianen.

Sinds 1835 was er over de rivier een passagiers- en goederendienst met Dordrecht en Rotterdam, en later ook met Nijmegen, door de Rederij Fop Smit & Co. In 1885 werd de spoorlijn Dordrecht-Gorcum geopend, die enkele jaren later werd doorgetrokken naar Geldermalsen. Uit die tijd stamt ook de Parallelweg, die nodig was om het station te bereiken dat men precies in het midden tussen de beide dorpen Giessendam en Hardinxveld had gebouwd, op de plaats waar nu Giessenzoom is. Deze spoorlijn kende vroeger naast het station nog zes haltes, waar de trein op verzoek stopte.

Gevreesd werd dat na de aanleg van de spoordijk de beide windmolens (de Pauwtjesmolen en de Spindermolen), die de Hardinxveldse polder bemaalden, onvoldoende windvang zouden hebben. Er werd een schadevergoeding van 12.000 gulden bedongen, bedoeld voor het verhogen van de molens. Die verhoging werd echter niet uitgevoerd, omdat men de molens ging vervangen door gemaaltjes. Later bouwde men een nieuw station nabij de overweg naar Binnendams, het huidige station. Als één van de crisiswerken werd in de jaren dertig de rijksweg A15 aangelegd. Hierdoor kwam de Peulen binnendijks te liggen en kreeg Buitendams de functie van slaperdijk.

De noordzijde van Giessendam werd in de jaren zeventig ontsloten door de aanleg van ruilverkavelingswegen.

7. Het gemeentewapen

Het Hardinxveldse gemeentewapen is al heel oud. Het is ontstaan in 1096 in het Franse stadje Châtillon sur Marne. Het wapen is verleend ter ere van een kruistocht. De er op voorkomende vogelfiguur, een merlette, is er pas enkele jaren later bijgekomen. Het wapen kwam in Hardinxveld via het uit Keulen afkomstige Joodse riddergeslacht De Jeude. Toen Bruisten de Jeude de Heerlijkheid in 1454 kocht, werd het wapen ook aan Hardinxveld verbonden. Een later familielid van hem, Arent de Jeude, ook heer van Hardinxveld, woonde op Loevestein, waar hij in 1570, kort na het begin van de Tachtigjarige Oorlog, werd vermoord. Hij werd in Hardinxveld begraven. Het Giessendamse wapen met het molenrad is afkomstig van 'Tielman den Moelenaer, ambachtsheer van der Ghijssen'.

Na de samenvoeging zijn beide wapens in het nieuwe, linksgeschuinde gemeentewapen van Hardinxveld-Giessendam opgenomen. De linkerkant is van keel, beladen met drie palen van paalvair. Het schildhoofd is van goud, bela-den met een vogelfiguur van sabel. Het rechter gedeelte toont in keel een zilveren molenrad. Het schild is gedekt met een gouden kroon van drie bla-deren en twee paarlen. Het wapen is verleend bij Koninklijk Besluit van 2 februari 1959.

8. Na de samenvoeging

De groei en ontwikkeling van de beide dorpen kwam pas goed op gang na de samenvoeging in 1957. Die groei startte toen in het begin van deze eeuw de Nieuweweg werd aangelegd en er eveneens huizen werden gebouwd aan de Buldersteeg, de huidige Koningin Wilhelminalaan.

Toen er later nieuwe uitbreidingen volgden was de samenvoeging van Hardinxveld met Giessendam al volop in voorbereiding. De aanleiding tot de samenvoeging was de Peulen. Al in 1917 is er sprake van geweest om een deel hiervan bij Giessendam te voegen. De met realisatie van woningbouw in dit gebied gemoeide kosten waren er de oorzaak van dat dit niet doorging. Dit veranderde na de aanleg van de rijksweg, toen de Peulen een binnengedijkt gebied werd. Er ontstond een 'papieren' strijd om het gebied, wat in 1949 leidde tot een voorstel tot samenvoeging. Het agrarische deel van Giessendam, het voormalige Giessen-Oudekerk, zou echter bij Giessenburg worden gevoegd, wat tot tal van protestacties heeft geleid. Ondanks dit is het voorstel van destijds met enkele kleine grenswijzigingen uitgevoerd.

Nadien is er een aanvang gemaakt met de echte nieuwbouwwijken. In Boven-Hardinxveld verrezen in de naoorlogse jaren twee wijken: Boven-Hardinxveld-West en Boven-Hardinxveld-Oost. Vervolgens werd de Peulen gebouwd, gevolgd door de Wielwijk. Toen hier geen bouwmogelijkheden meer waren begon men met het bouwrijp maken van Giessendam-West en Tienmorgen. Intussen waren er ook industrieterreinen gekomen: in de noordoosthoek van de Peulen, rondom de Havenstraat, in het westelijk gedeelte van de Peulen, en tenslotte tussen de Sluisweg en de Nieuweweg.

Als u meer wilt weten

Als u meer wilt weten over de historie van Hardinxveld-Giessendam, kunt u:

  • Het oud-archief van de voormalige gemeenten Hardinxveld en Giessendam (van vóór 1957) raadplegen, dit is ondergebracht in het stadsarchief in Dordrecht, Stek 13, tel. 078-649.23.11, www.erfgoedcentrumdiep.nl.
  • Zoeken in het archief van de gemeente Hardinxveld-Giessendam (vanaf 1957), na telefonische afspraak via tel. 0184-67.44.44.
  • In de plaatselijke bibliotheken boeken vinden over de plaatselijke historie.
  • Een bezoek brengen aan museum De Koperen Knop, waar een bibliotheek met leestafel is. Adres: Binnendams 6 te Hardinxveld-Giessendam, zie voor openingstijden www.koperenknop.nl.
  • Een bezoek brengen aan het Historisch Informatie Centrum van de historische vereniging, Peulenstraat 243 te Hardinxveld-Giessendam. Zie voor openingstijden www.hv-hardinxveld-giessendam.nl.