Houtstookoverlast

U stookt regelmatig hout in een open haard of houtkachel en u vraagt uzelf af of u daarmee overlast in de vorm van geurhinder of gezondheidseffecten in uw omgeving kunt veroorzaken? U wordt benaderd door omwonenden met klachten over de houtrook? Dan geeft dit stappenplan u inzicht in wat u kunt doen om deze overlast te verminderen.

Stappenplan

Stap 1 - Kan er overlast door houtrook optreden?

U kunt zelf nagaan of in uw omgeving de rookgassen van uw houtkachel of open haard zijn waar te nemen. Dat kan door zelf te gaan observeren of u de rook kunt zien (kleur en dichtheid) en of u geur kunt waarnemen. Als u de rookgassen kunt waarnemen bij het verlaten van het rookkanaal of in de omgeving op diverse afstanden en bij verschillende weerstypen is het verstandig na te gaan of u aan de wettelijke bouwvoorschriften voldoet en of u op de juiste wijze stookt. Zie hiervoor ‘de 10 stooktips’.

Als de rookgassen in de omgeving waarneembaar zijn, ga dan naar stap 2.

Stap 2 - Treed in overleg met de klager

Als een van uw buren bij u komt met een klacht over houtrook, probeer dan samen na te gaan wat er aan de hand is. Een klacht is een uiting van ongenoegen. Dat is iets om serieus te nemen en om te bespreken. Door een klacht te bespreken, blijft u in gesprek met uw buren, de basis om tot een oplossing te komen. Ga samen met de klager na onder welke omstandigheden de overlast plaatsvindt en waar de overlast uit bestaat. Denk aan tijdstippen, duur, soort overlast (geur, prikkelende ogen, hoesten), binnenshuis of buiten. Probeer samen de rookgassen waar te nemen, dan weet u beiden waar het over gaat.

Stap 3 - Leg de stookwijze vast

Ga na waar het probleem zou kunnen liggen. Als er klachten zijn, is het verstandig een stooklogboek bij te houden, zodat duidelijk wordt of de klachten overeenkomen met de tijdstippen waarop u stookt. Daarin kunt u de volgende gegevens noteren:

  • datum en duur dat u hout stookt
  • weersomstandigheden tijdens het stoken (windsnelheid en -richting, neerslag, mist)
  • de herkomst en de droogte van het hout dat u heeft gebruikt.

Stap 4 - Verbeter uw stookgedrag

Volg de 10 stooktips en vraag bij de klagers of er verbetering is. Hopelijk is hierna het probleem opgelost. Ga er niet van uit dat de overlast na één gesprek helemaal over is. Het is zinvol om na een bepaalde tijd, afhankelijk van uw stookfrequentie, bij uw buren te informeren of de overlast is verminderd of weggenomen. Gebruik bij dit overleg het stooklogboek.

Optioneel Stap 5 - Vraag anderen te bemiddelen

Als overleg onvoldoende oplevert, kunt u een derde partij vragen om te bemiddelen. Deze partij is bij het gesprek aanwezig als een onafhankelijke partij, die probeert tot overeenstemming te komen. Hiervoor kunt u verschillende instanties inschakelen, zoals de politie (wijkagent) of buurtbemiddeling.

 

De 10 stooktips

1. Zorg voor de juiste grootte van uw kachel in verhouding tot de ruimte die u wilt verwarmen.

In veel gevallen heeft een kachel een te grote capaciteit. Het wordt dan al snel te warm tijdens het stoken, waardoor u het vuur gaat temperen (smoren). Hierdoor komen er veel meer schadelijke stoffen vrij omdat sprake is van onvolledige verbranding. Op Internet zijn verschillende sites met een rekentool of een grafiek waarmee u de benodigde capaciteit kunt berekenen, in de praktijk is het beter om een specialist in te schakelen hiervoor. Deze specialist kan uw situatie als geheel beoordelen en u adviseren.

2. Laat uw schoorsteen en rookkanaal goed afstemmen op uw haard of kachel.

Met een goed afgestemde en geïsoleerde schoorsteen en rookkanaal worden de rookgassen op de juiste manier afgevoerd. Dit is belangrijk voor uw eigen gezondheid en voor het voorkomen van schoorsteenbranden. Laat een gecertificeerde installateur / erkend bedrijf bepalen of uw schoorsteen en rookkanaal geschikt is. Een rookkanaal dat te laag is, of dicht in de buurt van omliggende panden is aangebracht, kan een oorzaak zijn van overlast omdat de houtrook zich niet goed kan verspreiden. Ook een regenkap op het rookkanaal kan de uitstroom van de rookgassen belemmeren een reden zijn voor een slechte verspreiding.

3. Laat minstens één keer paar jaar uw schoorsteen vegen door een erkend vakman.

Regelmatig uw schoorsteen laten vegen voorkomt problemen, ook voor uw eigen veiligheid.

4. Maak een houtvuur aan met aanmaakblokjes en kleine houtjes.

Het vuur aanmaken met vloeibare stoffen is uit den boze. Een goede methode is beginnen dik hout op de as, daarop losse houtjes en aanmaakblokjes en steek dit aan1. . Volg de vulinstructies van de kachelleverancier of fabrikant. Stapel het hout losjes, zodat de lucht er goed bij kan.

5. Stook alleen droog, onbehandeld hout.

Alleen gekloofd hout, dat minimaal twee jaar buiten onder een afdak te drogen heeft gelegen en niet te dik is (max. 7 cm), is geschikt voor uw open haard of houtkachel. U herkent droog hout aan scheuren en loszittende schors. Het stoken van nat hout zorgt voor onvolledige verbranding. Bovendien geeft nat hout veel minder warmte af en leidt het stoken van nat hout eerder tot roetaanslag en schoorsteenbranden. Stook geen hout dat geverfd, gebeitst of geïmpregneerd is. Ook sloophout, multiplex en spaanplaat zijn niet geschikt. Hierbij kunnen (zeer) schadelijke stoffen, zoals chloorverbindingen, PAK's en zware metalen vrijkomen.

6. Stook niet bij windstil of mistig weer.

Door gebrek aan wind of bij mist blijven rookgassen om het huis hangen. Dit is schadelijk voor uw gezondheid en voor die van uw buren. Een windkracht van minder dan 2 op de schaal van Beaufort wordt beschouwd als windstil weer.

7. Zorg voor voldoende frisse lucht in de ruimte waar gestookt wordt.

Bij het stoken komen schadelijke stoffen vrij. Bovendien verbruikt een open haard veel lucht. Een houtkachel verbruikt veel minder lucht dan een open haard. Ventileer de woning voortdurend door een raam of deur op een kier te zetten tijdens het stoken.

8. Zorg voor volledige luchttoevoer.

Zet de uitlaatklep naar de schoorsteen volledig open als u begint met stoken. Goede houtkachels zijn voorzien van regelbare kleppen, waarmee de luchttoevoer kan worden geregeld. Zet ook deze kleppen volledig open tijdens het stoken. Als het vuur te heet wordt, kunt u minder brandstof toevoegen. Verminder dan niet de luchttoevoer. Deze omstandigheden zijn met een open haard niet te realiseren.

9. Controleer regelmatig of u goed stookt.

U kunt eenvoudig zelf controleren of u goed stookt. Loop even naar buiten om de kleur van de rook uit uw schoorsteen te controleren. Kleurloze rook wijst op een goede verbranding. Gekleurde rook (wit, grijs, zwart, blauw) duidt er op dat de verbranding slecht is. De vlam in de houtkachel moet heldergeel zijn en niet flakkeren. Een oranje, onregelmatige vlam duidt op een niet volledige verbranding. Verbeter bij donkere rook of oranje vlammen de luchttoevoer.

10. Laat een houtvuur vanzelf uitbranden.

Als u een houtvuur tempert door de luchttoevoer te verminderen, komen veel schadelijke stoffen vrij. Laat het vuur daarom vanzelf uitbranden.

Omgaan met overlast van houtstook

Wilt u weten hoe u om kunt gaan met overlast van houtstook? Lees dan Hoe om te gaan met houtstookoverlast.